Crossfiets kan uit de schuur
Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 06-10-2005
Met een cross in Hardenberg begint zaterdag weer de
GOW-veldrittencompetitie. Negen races later, op de laatste dag van ’t jaar,
eindigt de strijd met de finale in Oldenzaal.
Wie de winnaar zal zijn van het klassement maakt Rudie Kemna niet zo veel
uit. ‘De GOW is vooral bedoeld voor renners als een heel goed alternatief
om te overwinteren.’
Als er een regionale renner is die promotie maakt voor de GOW-competitie
is dat Rudie Kemna wel. Al jaren stapt hij in de wintermaanden op de cyclocrossfiets
en rijdt-ie ‘s ochtends de wedstrijdjes alsof z’n leven er vanaf hangt.
‘Prachtig’, aldus de coureur van Shimano-Memory Corp, bezig aan zijn laatste
maanden als beroepsrenner.
‘Ik vind de GOW-competitie een uitstekende manier om te overwinteren, om
goed getraind weer aan het nieuwe seizoen te beginnen. Ik doe dat al jaren
en heb er ook heel veel profijt van gehad voor mijn carrière.’ Mede daarom
ook is Kemna hét uithangbord van de GOW, spoort-ie zijn collega’s aan om
na het wegseizoen over te stappen op de cyclocrossfiets. ‘Het is een hele
mooie serie wedstrijdjes, over goede parkoersen en met een aardig deelnemersveld.
Niet alleen goed om je conditie op peil te houden, maar ook voor je stuurtechniek.’
Als lid van de Oldenzaalse Wielerclub OWC is hij actief betrokken bij de
organisatie van de finalewedstrijd op het Hulsbeek, als veldrijder en liefhebber
doet-ie zijn zegje wanneer het de GOW-veldritten betreft. Zoals bij de samenstelling
van de competitie. ‘Waar het mij met name om gaat zijn de parkoersen, die
moeten goed. Niet te breed, niet te smal, het rondje niet te kort, dat soort
dingen. En natuurlijk de samenstelling van het deelnemersveld. De GOW moet
niet nastreven om nationale toppers aan de start te krijgen, daarvoor zijn
de nationale wedstrijden bestemd.
Wel is het leuk voor de jongens die meerijden dat bijvoorbeeld Joost Posthuma
(profrenner bij de Rabobank) vorig jaar een paar maal heeft meegedaan.’
Over de GOW-competitie heeft Kemna weinig reden tot klagen. ‘We zijn
op de goede weg, moeten doorgroeien op het huidige deelnemersniveau. Wat
we vooral niet moeten gaan doen is de renners verplichten om een aantal
keren aan de start te verschijnen. Dan schiet je je doel voorbij. Zelf
zal ik er in het begin ook niet altijd bij zijn, maar daarna zeker wel.
Het algemeen klassement zegt mij niet zo veel, maar als ik meedoe fiets
ik wel om te winnen’, zegt de 37-jarige routinier uitdagend.